Sjoerd en Esmee op wereldreis

Destination Amsterdam

Vrijdag 9 april stonden wij op een voor ons inmiddels vertrouwde plek: het vliegveld. Dit keer was het echter toch net even anders. Het vliegveld van Mexico City was namelijk het startpunt van onze reis naar huis. Via Londen zouden we de volgende dag namelijk op Schiphol landen. Tja, dan wordt het natuurlijk een heel ander verhaal en voelt het allemaal niet meer zo vertrouwd....

We zijn ons ineens heel bewust van het feit dat we de laatste keer inchecken, de laatste keer een stempel in ons paspoort krijgen en ook de laatste keer een vliegtuighap voorgeschoteld krijgen. Als we eenmaal in het vliegtuig in onze ‘vertrouwde' stoelen plaats nemen, moeten we toch wel even slikken. We hebben ontzettend veel zin om naar huis te gaan maar tegelijkertijd beseffen we ook dat onze reis, waar we bijna twee jaar naartoe geleefd hebben en waar we 7 maanden van genoten hebben bijna voorbij is. 204 dagen geleden begonnen we aan de reis van ons leven. Het voelde als een oneindige periode weg uit Nederland, op zoek naar het avontuur. Maar wat is het snel gegaan!

Alsof het allemaal al voorbij is, beginnen we tijdens de vlucht terug naar Nederland herinneringen op te halen. Voordat we het weten moeten we in Londen overstappen op onze echt laatste vlucht van deze reis; destination Amsterdam. En terwijl wij nog op onze backpacks staan te wachten, zien we, aan de andere kant van het aankomstglas, een heus welkomstcomité klaar staan. We wisten dat de ouders van Sjoerd ons op zouden komen halen maar er staan veel meer bekende gezichten naar ons te lachen! Roos, Martijn, Lisette en Jos zijn er ook bij, compleet met bloemen en ballonnen! Als wij iedereen blij in de armen vliegen, komen tot onze verbazing Marten, Anne en Roger ook nog eens aanlopen. Wat een super welkom!!!!

Na een kopje thee en een echte Hollandse HEMA rookworst zijn wij weer een beetje terug op aarde en beseffen we dat alles meteen weer zo vertrouwd is. Er is weinig veranderd en het voelt bijna alsof we niet weg geweest zijn.

Nu zijn we echt ‘thuis' en na een paar dagen zijn we ons daar steeds meer bewust van. Ook al kunnen we ons eigen huis nog niet in, we wennen snel aan Nederland. Stiekem vinden we het wel weer lekker om op bekend terrein te zijn. Niet uit de rugzak leven en weer eens andere kleren aan is heel lekker.

Op 18 mei krijgen we dan eindelijk de sleutel van ons eigen huis in Roosendaal terug. Na een goede schoonmaak- en schilderbeurt is het ook weer echt óns huis en kunnen we hardop zeggen dat de HELE reis gegaan is zoals we vooraf gehoopt hadden! We hebben geen enge ziektes opgelopen, hebben geen extreem natuurgeweld mee gemaakt, zijn niet beroofd en het belangrijkste van alles: we zijn samen terug gekomen. Natuurlijk hebben we momenten gehad dat we elkaar wel achter het behang wilden plakken, maar 7 maanden lang op elkaars lip zitten ging ons eigenlijk super goed af!

We zijn 15 keer de grens over gegaan, hebben 19 vluchten achter de rug en hebben ruim 70.000 km afgelegd met vliegtuig, trein, bus, auto, boot, taxi, fiets, camper, scooter, tuktuk, riksja en natuurlijk met onze eigen benenwagen. We kunnen terugkijken op een droom die is uitgekomen!

Veel mensen vragen ons nu wat het mooiste is wat we gezien hebben of wat het meeste indruk op ons gemaakt heeft. Het is echter heel moeilijk om in woorden uit te drukken hoe het voelt om zoveel verschillende landen te bezoeken, zoveel culturen en religies te ervaren, zoveel natuurverschijnselen te bewonderen en zoveel verschillende mensen te ontmoeten. Juist de combinatie van dit alles is het mooiste en heeft het meeste indruk gemaakt. Toch springen er sommige momenten wel uit. Dit zijn de momenten waarbij we de adrenaline door onze aderen voelden gieren of het kippenvel van kop tot teen op onze huid voelden staan:

  • De stilte op de immense Chinese Muur
  • Boterthee drinken bij een familie in Shangri-La (China)
  • De karstgebergten van Yangshuo (China)
  • Achterop de motor bij de Easy Riders (Vietnam)
  • Tussen de rijstvelden wakker worden in Sapa (Vietnam)
  • Duiken met zeeschildpadden en haaien in Semporna (Maleisisch Borneo)
  • De wilde olifanten en orang utans in de dichte jungle van de Kinabatangan (Maleisisch Borneo)
  • Kanoën tussen de krokodillen (Maleisisch Borneo)
  • Het einde-van-de-wereld gevoel achterop de scooter richting Tangkahan (Sumatra)
  • Olifanten wassen in Tangkahan (Sumatra)
  • De onderwater ontmoeting met pijlstaartroggen (Gili Meno/ Bali en Fiji)
  • Spelende dolfijnen langs onze boot (Bali)
  • De zwoegende arbeiders op het Ijen plateau (Java)
  • Esmee die over Fraser Island vliegt (Australië)
  • Snorkelen in het Great Barrier Reef (Australië)
  • Het ontbijtje bij zonsopkomst voor Uluru (Australië)
  • Skydiven in Wanaka (Nieuw Zeeland)
  • Onze bijna-dood ervaring tijdens het zeekajakken in Abel Tasman NP (Nieuw Zeeland)
  • De zon zien opkomen tijdens de Tongariro Crossing (Nieuw Zeeland)
  • Een kerkdienst op Fiji bijwonen met Palmzondag
  • De zonsondergang op Fiji

Door de confrontatie met allerlei culturen en gebruiken hebben we een hoop kennis en ervaring erbij gekregen. Na 7 maanden reizen merken we dat we anders in het leven staan. We hebben regelmatig tegen elkaar gezegd dat de plaats waar je wiegje heeft gestaan ontzettend bepalend is voor de kansen die je in je leven krijgt. Voor een kindje dat geboren wordt vlak bij het Ijen plateau ziet de toekomst er heel anders uit.... Deze gedachte zet je wel even met beide benen op de grond en je leert ineens heel goed relativeren.

Een andere vraag die mensen ons regelmatig stellen is wanneer we de volgende wereldreis gaan maken? En, ondanks het feit dat we een GEWELDIGE reis hebben gehad, zal dit toch een once-in-a-lifetime ervaring blijven. Aan de ene kant missen we het avontuur van het reizen en kost het wat moeite om weer in het voorspelbare ritme te leven, aan de andere kant is het juist ook weer heel erg fijn om onze familie en vrienden dicht om ons heen te hebben en beseffen we dat Nederland een heel prettig land is om te wonen. We zullen absoluut wel blijven reizen, want ons verlanglijstje met landen is mogelijk alleen maar groter geworden, maar niet meer voor zo'n lange periode.

Tenslotte willen we iedereen bedanken die met ons ‘meegereisd' heeft. Het was erg leuk om alle lieve, leuke en grappige reacties op onze site te lezen, wetende dat jullie mee genoten! Zodra de bergschoenen en teenslippers weer de backpack ingaan, laten we het jullie weten!

Het paradijs en de harde werkelijkheid

Bula, oftewel hallo horen we 6 dagen lang op Fiji. Wanneer we op het hoofdeiland van Fiji aankomen, krijgen we ons meest persoonlijke welkom ever. Voorbij de douane staat een groepje oude mannetjes en vrouwtjes met gitaar te zingen en krijgt iedereen een schelpenketting om! De bounty sfeer zit er gelijk goed in wanneer iedere local ons met Bula begroet. Al snel merken we dat het niet alleen nodig is om onze horloge te verzetten. We moeten ons ook over geven aan ‘Fiji-time'. Dit betekent dat alles hier twee tandjes langzamer verloopt. We zitten als snel een uur binnen bij een tourbureau om even een bootticket te regelen. In Nederland zou dit binnen twee minuten uitgeprint zijn maar in Fiji schrijven ze met de hand een hele brief.

De volgende ochtend vertrekt onze boot naar de Yasawa eilanden waar we 5 nachten verblijven in het Octopus Resort. Na aankomst bij ons eiland kan de boot niet aan wal komen en komt een klein bootje ons ophalen. Het koraal bij ons resort blijkt nog zo goed intact, dat het alleen maar beschadigd wordt wanneer grote boten dit mooie stukje natuur passeren. Eenmaal aangekomen staat er op het strand weer een welkomstcomité met gitaar en zang!

Het eiland waar we verblijven bestaat uit 4 dorpjes met op zichzelf staande gemeenschappen en 1 geweldig resort. Een massatoerisme-gevoel hebben we dan ook helemaal niet. Om 18.30 uur dezelfde avond staat ons een welkomstceremonie voor nieuwe gasten te wachten. Dit ritueel bestaat uit het drinken van Kava. Deze zelfgemaakte drank met een grijs/ lichtbruinige kleur, zorgt ervoor dat na één kopje onze tong aardig verdoofd is. Na het derde kopje heeft Sjoerd dan ook het idee dat hij bij de tandarts vandaan komt na een stevige verdoving! De eilandbewoners drinken dit aparte goedje dagelijks, om zo een fit gevoel te krijgen.

Op zondagochtend krijgen we de kans om het dorpje te bezoeken waar 350 mensen in primitieve hutjes leven. Op deze dag kunnen we ook de kerkdienst bijwonen. Toevallig is het palmzondag en wordt de dienst bijna geheel verzorgd door de kinderen uit het dorp. Door hun ouders zijn ze op hun best aangekleed en met het colbert of de stropdas van hun vader zorgt dit voor prachtige plaatjes en een hele bijzondere dienst. De kinderen genieten van alle aandacht van de toeristen en vinden vooral de fotocamera van Esmee erg interessant.

Halverwege de week komen we Rob uit Amsterdam tegen. Met deze excentrieke persoonlijkheid hebben we veel lol. Wanneer Sjoerd hem uitlegt wat vessel, strepke en skinny fleppers in Brabant betekent, kan zijn avond niet meer stuk. Rob had de gave om in drie dagen tijd een drankrekening op te bouwen van $500,- (exclusief maaltijden en overnachting). Het was dan ook niet verwonderlijk dat hij er pas na drie dagen achter komt dat het niet Ruud en Esmee is maar Sjoerd en Esmee....

Vanaf het eerste moment dat we op Fiji aankomen, zijn we verliefd op de lokale bewoners. De oprechtheid en de passie waarmee ze werken en leven is ongekend. Van hun gezichten straalt daadwerkelijk af dat ze geen zorgen hebben. Doordat wij ons vanaf het moment van aankomst hebben overgegeven aan de Fiji-time, vliegen de dagen ook voorbij met zwemmen, snorkelen, lezen en genieten van het heerlijke locale eten. De laatste avond op Fiji beleven we de mooiste zonsondergang ooit. Esmee is niet te houden en rent werkelijk het hele strand over om met haar spiegelreflex de juiste foto's te schieten.

Laat op de avond van 1 april staat de vlucht van Fiji naar Los Angeles op het programma. Dit betekent dat we over de legendarische datumgrens vliegen. Eenvoudig gezegd betekent het dat we deze dag 2x meemaken. Op onze 2e keer 1 april ontmoeten we moeder Martha en Ton in Los Angeles. Naar dit fijne moment hebben we lang uitgekeken, omdat de laatste keer immers al een half jaar geleden is. Martha en Ton reizen voor drie weken met een camper door Amerika. Het is grappig om te zien wat voor Amerikaanse begrippen een camper moet voorstellen. Een gigantisch ruimteschip wat meer op een vrachtwagen lijkt, komt ons ophalen van het vliegveld! Omdat we in de camper onder het genot van een hapje en drankje gezellig aan het bijkletsen zijn, verdwalen we gelijk in de chaos van de drukke avondspits van LA.

Omdat we elkaar maar drie dagen zien, worden deze dagen gelijk vol gepland. We starten de volgende ochtend met het bekijken van het Hollywood Sign vanaf een rustig plekje. Wanneer we daarna uitkomen in Hollywood zelf en de Walk of Fame bezoeken, zijn we daar snel klaar. Het is een behoorlijk opgeklopte toeristische trekpleister met veel Amerikaanse poeha erom heen. Op Rodeo Drive is het haast verplicht om met een Porsche, Mercedes of Ferrari langzaam langs alle peperdure winkels te rijden. Ton laat echter zien dat het met een camper ook mogelijk is! De derde en alweer laatste dag samen beginnen we met een kijkje te nemen in de wijk Beverly Hills. Natuurlijk wordt er door een enkele multi-miljonair afgunstig gekeken wat een camper in hun straat te zoeken heeft. De minimale waarde van een auto in de straat mag immers niet onder de €150.000 liggen. We kijken onze ogen uit naar hoe belangrijk de bewoners uit deze wijk zich voelen. Het is daar echt zien en gezien worden.

Eind van de middag rijden we naar Monica Beach. Zou er misschien nog een Baywatch opname bezig zijn waar David Hasselhof rond rent? Of waar Pamela Anderson haar drijvers in het water gooit? Natuurlijk niet! Het enige wat we zien en herkennen zijn de houten strandwacht huisjes. Een foto van heel dichtbij mogen we niet maken omdat de pionnen aangeven hoe belangrijk de houten hutjes van tv zijn. We sluiten onze korte 3-daagse ontmoeting af met wildkamperen op 3 minuten afstand van het vliegveld. Martha vertrouwt het in eerste instantie niet. Wat nu als we vannacht weggestuurd worden? Wanneer ze de volgende ochtend ziet dat de lucht nog in de banden zit, haalt ze opgelucht adem. We nemen op het vliegveld afscheid na 3 gezellige dagen met elkaar. Ton en Martha vervolgen hun route naar San Diego en wij vliegen door naar Mexico City.

Mexico City is de op-een-na-grootste stad van de wereld en met haar 25 miljoen inwoners is het tevens een van de vervuilste en gevaarlijkste steden van de wereld. Als we het vliegtuig uitstappen, verwachten we dan ook niet echt veel van deze stad. Het blijkt allemaal wel mee te vallen. Natuurlijk is er veel smog en zie je op iedere hoek van de straat een groepje politieagenten staan. Het is echter ook een mooie stad met veel oude, historische gebouwen.

Toch is dit ook een stukje Centraal Amerika waar je wel even wat anders met je spullen om moet gaan. Waar we in Azië en Oceanie gemakkelijk met onze fotocamera over straat konden lopen; moeten we het hier doen met de camera even uit de tas halen en hem na de geschoten foto zo snel mogelijk weer terug stoppen. De locals kijken ons al aan, maar wanneer je dan ook nog met een camera van formaat gaat zwaaien, ben je toch een doelwit. Voor Esmee erg lastig want ze ziet het ene plaatje na het andere aan haar neus voorbij schieten. We brengen onze dagen in Mexico City vooral door met cultuur opsnuiven en het bezoeken van een aantal kerken en musea. Op de derde dag gaan we naar de Basiliek van Guadeloupe en de piramides van Teothihuacan. Deze piramides liggen zo'n 50 km buiten de stad en onderweg hier naartoe zien we ook de wat armere wijken van de stad. De piramides zijn geen overblijfselen van de Azteken (zoals wij dachten) maar van een onbekend volk wat onder mysterieuze omstandigheden uitgestorven is. 's Avonds genieten we met een aantal medereizigers van het goede Mexicaanse eten.

Onze laatste activiteit in Mexico City is het bezoek aan de kanalen van Xochimilco. We stappen hier op een kleurrijk bootje en voelen ons in het Venetië van Mexico. Tijdens de boottocht wordt er tegen betaling voor je gezongen en muziek gemaakt. Hier doen wij natuurlijk niet aan mee. We zijn niet voor niets Hollanders en hebben onze naam hoog te houden.

Na zeven maanden reizen hebben we veel mooie landen gezien en mogen proeven van diverse culturen. Tijdens deze maanden hebben we niks gelaten en alles gezien en gedaan wat we voor ogen hadden. Dit heeft ervoor gezorgd dat de schatkist nu bijna leeg is. Australië en Nieuw Zeeland hebben er qua budget harder ingehakt dan we vooraf bedacht hadden. Tevens staan er bij thuiskomst ook nog enkele kostenposten voor de deur waar we rekening mee moeten houden qua geld. Dan zit er maar 1 ding op.........
Wij komen a.s. zaterdag terug naar huis! Om 18.15 uur landen we in Amsterdam.
Het is jammer dat we de laatste maand reizen door Mexico, Belize en New York niet af kunnen maken. Maar we beseffen ons ook wat we tot nu toe allemaal gezien hebben en voelen ons bevoorrecht.

Tot snel!

De foto's bij dit reisverslag volgen op korte termijn.

Neo en Beaver samen op reis

Nadat we al behoorlijk wat kilometers op de teller van onze Spaceship (met de naam Neo) hebben staan, gaan de rituelen er langzaam insluipen. Zo zwaaien we bijvoorbeeld naar elke rode, mede Spaceship-bolide bestuurder en blijven we strak voor ons uitkijken wanneer er een groene Jucy of beschilderde Escape camper voorbij rijdt; het zijn tenslotte onze concurrenten! Sinds ons bezoek aan de Fox en Franz Josef gletsjers maken we op bovenstaand echter één uitzondering: De Wicked camper met ontzettend foute teksten en graffiti, genaamd Beaver. Wanneer deze camper in het zicht komt zwaaien we niet alleen, maar knipperen we uitbundig met onze lichten en maakt de claxon overuren. En tja, Beaver zijn we behoorlijk vaak tegen gekomen....

De Fox en Franz Josef gletsjers zijn twee enorme gletsjers aan de achterkant van Mt. Cook op het zuidereiland van Nieuw Zeeland. Het bijzondere aan deze gletsjers is dat ze bijna doorlopen tot aan de zee en eindigen in een regenwoud met de daarbij behorende temperaturen. Nadat we bij Fox al wat van het ijs geproefd hebben, boeken we een hike van 4 uur over en door de Franz Josef gletsjer. Van de gids krijgen we een regenjas (???) en er worden crampons onder onze schoenen gebonden. Al snel lopen we midden tussen de ijsspleten door en begrijpen we waarom een regenjas toch wel handig is. Het ijs smelt in deze spleten namelijk enorm! Midden tussen het ijs maken we kennis met een leuk Nederlands stel uit Amsterdam; Cretien en Nienke. Jawel, de eigenaren van Beaver.

De volgende dag nemen we alweer afscheid; niet wetende dat dit maar tijdelijk is. We reizen door naar Kaikoura voor ons volgende avontuur: de walvissen! We stappen op een boot en al snel zien we op een paar meter afstand van de boot een van deze reuzen zwemmen. De walvissen komen een paar minuten aan het oppervlak om te ademen en duiken dan weer de diepte in om 45 minuten onder water te blijven. We zien drie keer een walvis en elke keer als hij bovenkomt is de hele boot stil van bewondering. Wat een imposante beesten! En dan te bedenken dat je maar 25 procent van het dier boven water ziet!

Na het walvis-spotten parkeren we onze Spaceship om wat zeehonden van dichtbij te bekijken. Hier komt echter weinig van want onze Neo staat pal naast Beaver op de parkeerplaats!

Onderweg naar het Abel Tasman National Park belanden we met onze camper midden tussen een groep schapen die de weg oversteken. Dit is het echte Nieuw Zeeland! In een piepklein dorpje aan het begin van het NP besluiten we te gaan wildkamperen. We kiezen een mooi plekje uit, met uitzicht over de zee. Beetje zuur dat naast dit plekje een groot bord staat met 'no camping' erop. We wagen het er toch op met gevolg dat Esmee geen oog dicht heeft gedaan. Elke keer dat ze ook maar een auto dreigde te horen, zat ze rechtop om tussen de gordijntjes door te gluren. Sjoerd heeft zich kapot gelachen!

Een beetje moe rijden we de daarop volgende ochtend naar de supermarkt. We zijn echter ineens klaarwakker als een bekende camper voorbij komt. We gooien het stuur om en even later staan we samen met onze Nederlandse vrienden in de supermarkt om inkopen te doen voor de barbecue. We besluiten de volgende dag met z'n vieren te gaan zeekajakken. Vol goede moed peddelen we de baai uit en al bij het eerste eilandje zwemt en een jonge zeehond om ons heen. Hij is zo nieuwsgierig dat hij bijna op de kajak van Cretien en Nienke kruipt! Als we verder peddelen zien we nog meer zeehonden op de rotsen liggen. Het water is rustig en de zon schijnt volop; ideaal weer dus. We trekken de kajaks het strand op en lopen naar een mooie baai om te lunchen.

Als we echter terug komen bij de kajaks blijkt het weer wat veranderd te zijn. Zo mooi en rustig als de dag begon, zo heftig waait het na de middag. Al tijdens het instappen merken we dat de terugweg bikkelen wordt. Door de harde wind gutst het water de kajak in. Vol goede moed gaan we op weg en peddelen als een dolle. De wind staat echter recht op kop en het zeewater vliegt letterlijk om onze oren! We komen maar langzaam vooruit en zijn kapot. Toch willen we ons niet laten kisten en gaan met zure armen door. Als we de baai in willen kajakken richting het dorpje blijkt de wind alleen maar sterker te zijn geworden. We geven alles maar in plaats van dat we vooruit gaan, blaast de wind ons alleen maar verder de zee op! De kajak is bijna niet meer te besturen en inmiddels staat Esmee behoorlijke doodsangsten uit. Wat een hel, hoe komen we in hemelsnaam terug? We proberen zo goed en zo kwaad als het kan recht voor de golven te varen om te voorkomen dat we kapseizen. Vooruit komen we allang niet meer. Als er een watertaxi voorbij komt worden we terug gestuurd naar het dichtstbijzijnde stand. Het blijkt te gevaarlijk te zijn om verder te kajakken en we gaan het never halen. Trillend en blauw van de kou trekken we de kajak door de branding het stand op om anderhalf uur later met een speciale boot opgehaald te worden. Na een warme douche bekomen we wat van de schrik en bestellen met z'n vieren pizza's. Dat hebben we wel verdiend!

Omdat we voor de komende dagen wel genoeg actie achter de kiezen hebben, parkeren we de volgende dag onze Spaceship op een rustige camping in de Marlborough Sounds. Als we 's avonds na de afwas terug naar Neo lopen, staan we perplex. Daar zijn ze weer; Cretien en Nienke! We laten het zuidereiland achter ons en stappen op de boot richting Wellington waar we het Te Papa museum bezoeken. Dit is een leuk, interactief museum waar allerlei zaken getoond worden die met Nieuw Zeeland te maken hebben. Er staat onder andere een huis waarin een aardbeving nagebootst wordt. Zodra we dit huis uitstappen, lopen we bijna tégen Cretien op. Zij hadden een boot eerder en we hadden echt niet meer verwacht om ze nog een keer te zien, zeker niet in een grote stad. Het is haast te bizar voor woorden! Helemaal als we elkaar de dag erna wéér op een camping tegen komen: Hallo, daar zijn we weer!!!!!

Via de mooie, onverharde Whanganui River road rijden we richting het Tongariro NP. We willen hier een hike gaan lopen van 19,4 km. Deze hike loopt midden tussen een aantal vulkanen door en schijnt super mooi te zijn. Helaas wordt er voor de dag erna slecht weer opgegeven dus moeten we een dagje extra wachten. De tocht stond hoog op ons verlanglijstje en blijkt ook echt de moeite waard! Als we om half 8 beginnen met lopen is het ijskoud en zijn we blij met de driedubbele laag kleding.

Na ongeveer een kilometer gelopen te hebben blijkt nog eens hoe koud het is. De ijspegels hangen langs het beekje! Het heeft 's nachts gevroren! Sjoerd besluit halverwege de tocht nog een extra fitnesslevel op te zoeken en klimt de megasteile en 2290 meter hoge Mt. Ngauruhoe op. Deze vulkaan is sinds de Lord of the Rings trilogie beter bekend als Mt. Doom. Deze slopende tocht, zonder route-aanduiding bestaat alleen maar uit losse kiezels en lavaresten. Op handen en voeten klimt Sjoerd naar boven en schuift, nadat hij van het uitzicht genoten heeft, twee keer zo snel naar beneden. Met schoenen vol kiezels komt hij enthousiast weer terug. Tijdens de 19,4 km loop je van mossige vlaktes naar steile vulkaankraters, van aquablauwe meertjes naar grasduinen om te eindigen in het regenwoud. Deze tocht is inderdaad een van onze hoogtepunten van de reis door Nieuw Zeeland. Moe maar voldaan kruipen we die avond ons bedje in.

Op 20 maart rijden we de stad van de rotte eieren binnen. Omdat Rotorua op de rand van een aardkorst ligt, is het hele gebied thermisch actief. In Wai-O-Tapu geothermal wonderland zie je overal om je heen stomende hot springs, explosieve geisers en borrelende modderpoelen. De kleuren variëren van groen naar geel, naar oranje en zelfs paars. Na twee uur door het park gewandeld te hebben zijn we de zwavelgeur moe en houden we het voor gezien. We bezoeken een Maori dorp en wonen een traditionele ceremonie bij. Sjoerd vindt deze geldklopperij echter niet opwegen tegen de gegeven informatie over de Maori cultuur en dus rijden we door naar het noordoostelijke Comandel schiereiland. Onze laatste dagen op het noordereiland slijten we met het luieren op het strand in mooie afgelegen baaien. We bezoeken Cathedral Cove en vermijden het te toeristische Hot water beach.

Niet lang daarna is het alweer tijd om onze Neo in Auckland terug te brengen naar zijn oorspronkelijke eigenaar. We hebben genoten van de vrijheid van een camper maar na 5500 km op de teller in Australie en 5000 km in Nieuw Zeeland is het mooi geweest. We zijn toe aan wat meer rust en vliegen daarom op 26 maart naar Fiji om 7 dagen te genieten op een bountystrand. Inmiddelszijn wij alweer naarLA gevlogen en hebben daar Moeder Martha en Ton in de armen gesloten.Het reisverslag over paradijselijk Fiji volgt snel!

Spacen over het zuidereiland

'Kia Ora: welcome to New Zealand' staat er bij aankomst op het vliegveld van Christchurch op een groot billboard. Nou, zo welkom voelen we ons echter niet. We ondervinden de strengste douanecontrole ever! Men wil precies weten waar we tijdens ons verblijf in Nieuw Zeeland naartoe gaan en ook moeten we ons uitvliegticket laten zien. Ben maar niet bang hoor, we laten ons vliegticket naar Fiji echt niet verlopen! Onze backpacks worden uitvoerig geïnspecteerd en de bergschoenen en teva's van Esmee moeten zelfs even mee om speciaal gereinigd te worden in het achterkamertje van de douane. Te veel onbekend zand, of zoiets. Wij denken dat ze bang zijn dat we vliegen uit de outback hebben mee genomen! Anderhalf uur later knikt de norse douanebeambte en mogen we eindelijk doorlopen. Maar niet voordat onze tassen ook nog eens door de x-ray zijn geweest. Net voor 12 uur 's nachts komen we in ons hostel aan en we kruipen stilletjes ons dormbedje in. Het hostel blijkt de volgende dag een goede keuze te zijn want het is er erg gezelllig. Zo gezellig dat we Christchurch zelfs helemaal niet gezien hebben. Drie dagen later kunnen we ons huis op wielen voor de komende vijf weken op gaan halen. We worden verwelkomt als spacetravellers en onze Spaceship, een Toyota Estima compleet met dvd-speler, ziet er goed uit! Komen de 18 dvd's die we in Jakarta voor €10,- op de kop hebben getikt mooi van pas!

We besluiten de eerste dag hetzelfde tempo aan te houden als de dagen ervoor en dus rustig aan te doen. We rijden via een panoramische route naar Akaroa, een dorpje wat 85 km verderop ligt. Bij aankomst worden we aangenaam verrast door het gezellige Franse sfeertje wat hier heerst. Het dorpje is in 1840 gesticht door een kleine groep Franse kolonisten en dat blijkt! We reserveren een plaatsje op de camping en genieten in de haven op het terras van het heerlijke weer met een gepast glaasje Chardonnay. Dit is het goede leven!

De volgende dag rijden we door naar Lake Tekapo. Een meer met turkoois water, uitzicht op de bergen en een romantisch kerkje aan de oever. De sterrenwacht bovenop een van de omliggende bergen biedt een super uitzicht over het meer en omgeving. We parkeren onze Spaceship aan de oever en worden zowat weg geblazen. Het is al snel duidelijk dat buiten koken op een gasbrandertje met deze wind niet gaat lukken. Dan maar het dorp in voor een Mexicaanse hap. Het weer in Nieuw Zeeland is trouwens een stuk koeler in vergelijking met Australië. De dagen voelen hier aan als een warme september-dag. Veel blauwe luchten en in de zon is het erg lekker. In de schaduw is het echter een stuk koeler en ook 's nachts koelt het af tot een graad of 10. Helaas ging het zonnige weer niet op voor de dag dat we naar Mt. Cook gingen. We wilden een wandeling van drie uur door de Hooker Valley (jaja) lopen maar vanwege de snel naderende regen moesten we deze inkorten tot twee uur. We konden nog net de besneeuwde bergtop van Mt. Cook zien liggen tussen de laaghangende bewolking, maar verder hield het op. We waren net op tijd terug bij de auto voordat de hel losbarstte! Aangezien de weersvoorspelling slecht bleef, besloten we Mt. Cook te laten voor wat het was en door te rijden naar Oamaru aan de oostkust. In Oamaru was het ook nog wat frisjes maar gelukkig wel droog. Prima weer om wildlife te spotten en we zien op het strand dan ook een aantal zeehonden een zeeleeuwen liggen. Ons fototoestel maakt weer overuren, echter wel op gepaste afstand. Je weet maar nooit wat deze beesten doen en ze schijnen vooral op de eerste 10 meter erg snel te zijn.

's Avonds trotseren we de kou en staan we compleet met betraande ogen en drie lagen kleding op een duintop te zoeken naar pinguïns. Deze kleine beestjes jagen overdag op voedsel in de zee en komen tegen zonsondergang het strand op waggelen. Al na 5 minuten wachten in de ijskoude wind staan we oog in oog met een geeloogpinguïn. Dit soort pinguïn is zeldzaam en erg schuw, maar wij hebben geluk want het kleine beestje staat op nog geen 2 meter van ons vandaan!

Op vrijdag 26 februari starten we onze Spaceship weer en drukken het gaspedaal in om richting Dunedin te rijden. Onderweg stoppen we bij de Moeraki Boulders. Deze keien zijn vrijwel perfect rond en liggen verspreid over een stuk strand van ongeveer 50 meter lengte. De keien zijn ongeveer 60 miljoen jaar geleden op de zeebodem ontstaan en zijn nu een toeristische trekpleister. Sjoerd vraagt zich af waarom dit in hemelsnaam een trekpleister is. Hoe dan ook; we maken een paar foto's en rijden daarna door. In Dunedin genieten we van een broodje Subway in het stadspark en gaan daarna door naar Otago Peninsula voor de koningsalbatrossen met een spanwijdte van 3,5 meter. ‘s Avonds kleden we ons wederom dik aan en verstoppen ons in het donker op het strand om de blauwe dwergpinguïn aan land te zien komen. Deze pinguïns komen in groepjes aan land en lopen bijna tégen ons aan onderweg naar hun nest! Kippenvel, en niet alleen van de kou!!! Omdat we geen genoeg kunnen krijgen van alle dieren maken we de dag erna een strandwandeling waar we weer zeeleeuwen zien liggen. We genieten uit de wind in de duinen van het zonnetje.

Nu we met een campertje rondreizen, koken we meestal zelf en zijn dus regelmatig in de supermarkt te vinden. We zijn inmiddels gewend aan het feit dat we niet alles kunnen krijgen en soms wel een half uur lopen te zoeken naar het juiste product. Esmee weet haar afkickverschijnselen van drop en kroketten na 5 maanden ook aardig in bedwang te houden. Als we echter de supermarkt van Te Anau binnen stappen en Sjoerd een Nederlands schap ziet, wordt hij helemaal blij. Esmee spurt er ook naar toe en ja hoor, de dropjes liggen al op haar te wachten! Er staan daarnaast knakworstjes, leverpastei en hagelslag van de Appie, rode kool van Hak, speculaas en nasikruiden van Conimex. Je raad het al; wij eten 's middags een lekker broodje knakworst!

Als we maandagochtend wakker worden, regent het buiten pijpenstelen. Angstvallig schuiven we de gordijntjes voor de ramen van onze Spaceship opzij. We hebben die dag een trip door de Milford Sound geboekt. Vol goede moed rijden we nog richting het fjord maar het mist steeds meer en het regent steeds harder! Gelukkig kunnen we onze boottocht verzetten naar de dag erna en we rijden het hele stuk (120 km) weer terug, hopende op beter weer voor dinsdag. De volgende dag houden we het tijdens de boottocht inderdaad droog. De boot vaart helemaal door tot aan de zeemonding van de Tasmanzee en we kunnen de steile rotsen van het fjord, de watervallen en de zeehonden nu wel goed zien. Na de tocht tussen de fjorden rijden we door naar Queenstown, 'the adventure capital of the world'. In deze stad is het bungeejumpen uitgevonden en je kunt hier echt op allerlei manieren je grenzen opzoeken. Wij beginnen met een halfuurtje jetboaten. Dit zijn speciaal ontworpen speedboten die met een gemiddelde van 80 km per uur, tussen nauwe rotspartijen over het water blazen. Het ziet er allemaal geweldig spectaculair uit. Als we eenmaal in de boot zelf zitten vinden we er echter beiden geen klap aan. Het gaat echt veel minder hard dan we dachten en de adrenaline is ver te zoeken. Tijd voor wat meer actie en adrenaline dus! Esmee boekt voor de dag erna een skydive van 12.000 voet.

Op 3 maart loopt Esmee met het klamme zweet tussen de bilnaad het boekingskantoor binnen. De teleurstelling is echter enorm als ze hoort dat alle skydives voor die dag gecancelled zijn vanwege harde wind. Dit was totaal niet verwacht omdat het juist zo'n stralende dag was. Balen!!!!! Helemaal als het de volgende dag regent en ook de tweede afspraak gecancelled wordt. Teleurgesteld komen we tot de conclusie dat Queenstown ons niet gebracht heeft wat we vooraf verwacht hadden. Op naar Wanaka dan maar. Totaal onverwacht klaart het weer op en als we in Wanaka aankomen, is er bijna geen wolk meer in de lucht. Snel naar het lokale informatiebureau om te kijken wat de mogelijkheden zijn voor een parachutesprong hier. Er is nog een plaatsje vrij om 5 uur 's middags en die kans grijpt Esmee met beide handen aan. En dan is het eindelijk zover; drie keer is scheepsrecht. Een raar pak aan, veel gordels en banden, een laatste groet op video voor het thuisfront en natuurlijk een laatste kus voor Sjoerd. Je weet tenslotte maar nooit.....

In het vliegtuig gaat het allemaal veel langzamer dan verwacht en als Esmee denkt dat ze al bijna op de juiste hoogte zijn, blijkt het vliegtuig pas op 6000 voet te vliegen. De helft pas! De zweethandjes en trillende benen zijn nu toch wel aanwezig! Op 12.000 voet schuift de deur van het vliegtuig open en voordat ze het door heeft, hangt ze buiten het vliegtuig. De laatste securitycheck wordt uitgevoerd en een seconde later suist ze door de lucht voor een vrije val van bijna een minuut. Wat een onbeschrijfelijk GAAF gevoel is dat zeg! Gelukkig gaat de parachute zonder problemen open. Sjoerd heeft alles op een afstandje kunnen volgen en ziet Esmee na de landing alleen maar op en neer springen met haar parachutist. Het is duidelijk dat dit wél een mega kick geeft! Voor Esmee 'by far het allervetste' wat ze ooit gedaan heeft!

Gelukkig is er iemand mee gesprongen die foto's en een video-opname heeft gemaakt zodat alles nog een keer beleefd kan worden. En nog een keer, en nog een keer......

Down Under part 2

Fraser Island: het grootste zandeiland ter wereld, idyllische stranden die zo breed zijn dat ze een ‘highway' genoemd worden, kristalhelder blauwe zoetwatermeertjes, gigantische zandduinen met daarachter tropisch regenwoud. Dolfijnen, haaien, pijlstaartroggen en dingo's. Het moge duidelijk zijn dat we dit eiland halverwege de oostkust niet konden overslaan! Er zijn geen verharde wegen op Fraser te vinden en het is daarom alleen maar toegankelijk voor 4WD. Omdat het al in geen weken meer geregend had en er in de eerste maand van het nieuwe jaar al 4 mensen op het eiland overleden zijn doordat zij halsbrekende toeren uithaalden met een eigen gehuurde 4WD, besloten wij maar voor veilig te gaan en een georganiseerde dagtour met een 4WD bus te boeken. Op 30 januari stapten we in de bus met een enigszins achterdochtig gevoel. Was het toch niet veel cooler om zelf in een 4WD jeep te rijden? Na een uur kwamen we echter al tot de conclusie dat onze keus de juiste was. We zagen om de haverklap jeeps in het zand vaststaan compleet met een overkokende motor. Duidelijk was dat de meeste, voornamelijk erg jonge toeristen, écht niet wisten waar ze mee bezig waren! De tour over Fraser Island leidde ons als eerste naar Lake McKenzie. Een, inderdaad, kristalhelder blauw zoetwatermeer waar het zand zo wit is dat het pijn doet aan je ogen. We schieten hier tientallen foto's en genieten van het verkoelende water.

Een goed begin van de dagtour! De rest van de dag is niet minder en Esmee sluit, compleet impulsief, af met een vlucht in een minivliegtuig over het eiland met stijgen en landen via het strand. We hebben inmiddels al behoorlijk wat vluchten gehad maar dit is een compleet andere belevenis! Ze filmt en fotografeert er op los zodat Sjoerd achteraf ook nog mee kan genieten van de geweldige uitzichten op beeld.

Als we de dag erna uit Hervey Bay vertrekken is het behoorlijk bewolkt. We zijn nog geen half uur onderweg of het begint te regenen. Deze regen gaat over in stortregen en houdt vervolgens de hele dag en de daaropvolgende nacht aan. Ons plan om naar Town of 1770 te rijden om Jim te bezoeken valt letterlijk in het water. We besluiten maar door te rijden en overnachten gratis op een parkeerplaats bij een truckers-café. De dag erna moeten we nog behoorlijk wat uurtjes in de camper zitten naar Airlie Beach en gelukkig klaart het weer langzaamaan op. We zijn er goed vanaf gekomen met orkaan Olga. Onze verwachting van twee weken regen blijkt in werkelijkheid maar 24 uur regen te zijn geweest. Wat een geluk! In het, inmiddels weer zonnige, Airlie Beach kunnen we wederom een tour boeken; dit keer naar de Whitsundays. Er strijden werkelijk waar bijna 100 boten om je mee te nemen; keus in overvloed dus. En dat maakt het er nou juist niet gemakkelijker op. Alles ziet er geweldig uit, maar ook hier zijn de prijzen geweldig. We twijfelen enorm welke tour het beste bij ons past. Als we dan ook nog eens Danielle en Thomas tegenkomen (die we eerder al in Noosa ontmoet hadden) weten we het helemaal niet meer.... Uiteindelijk kiezen we voor een dagtour op een catamaran. En ja, alweer is dit een goede keuze. Al vallen de Whitsundays ons wat tegen vanwege hoog water; de catamaran en de service daarop zijn super. We worden echt overladen met eten en drinken. Zelfs de alcohol is inbegrepen in de tour. Tja, dan is het al snel oké voor ons, haha!

Na een paar dagen relaxen in Mission Beach rijden we via het binnenland door de Atherton Tablelands. Het lijkt of we in een ander land zijn beland. Het landschap waar we doorheen rijden is veranderd in een soort Zwitserland, compleet met Europese koeien. Het bizarre is echter dat je een bocht verder weer midden in een tropisch regenwoud staat. En we kunnen wel zeggen dat het op zijn minst vreemd is om daar doorheen te lopen en tegelijkertijd de koeien te horen loeien!

Weer terug aan de kust stappen we in Port Douglas op de boot voor een snorkeltour in het Outer Reef (Great Barrier Reef). Omdat 80% van het leven in het rif zich afspeelt in de eerste 5 meter en het ook nog eens laagtij is, besluiten we niet te gaan duiken maar te gaan snorkelen. Het Outer Reef is geweldig en we zijn blij dat we een onderwatercamera gehuurd hebben! We zien veel fel gekleurde vissen en ook het rif zelf heeft de mooiste kleuren. Daarnaast zwemmen er ook nog eens een zeeschildpad, twee kleine whitetip haaien en drie pijlstaartroggen voorbij! Super natuurlijk en een mooie afsluiter van de oostkust.

Al is dit niet helemaal waar want we hebben nog een paar dagen in Cape Tribulation en Cairns. In Cape Tribulation en het Daintree NP loopt het tropisch regenwoud helemaal door tot op het strand. Ondanks dat dit maar op een paar plaatsen in de wereld zo is, vonden wij het niet zo'n bijzondere omgeving. Daarnaast werd je er letterlijk aangevallen door honderden muggen en is de luchtvochtigheid zo hoog dat je constant zeiknat bent. We zijn er dan ook maar niet blijven slapen. In Cairns lopen we Danielle en Thomas voor de derde keer weer tegen het lijf. Australië blijkt dan opeens toch niet zo groot te zijn! We gaan met z'n vieren gezellig uit eten en genieten van de Carlton Draught voordat we in het vliegtuig stappen naar de Outback.

Wanneer we ons vooraf inlezen over de Outback, wordt het ons al snel duidelijk dat we naar Kings Canyon, Ayers Rock en de Olga's toe moeten. Daarnaast is het zeer warm en droog in de Outback waardoor een vliegennet tot onze prioriteit behoord. Vanaf Alice Springs zijn er veel mogelijkheden om onverharde wegen te nemen. Daarom besluiten we een Toyota Freelander Jeep 4WD 4.5 V8 te huren om onze 6 dagen in de Outback door te brengen. De ochtend dat we onze Freelander Buchcamper ophalen, krijgt Sjoerd kippenvel wanneer hij de contactsleutel van deze 8 pitter omdraait. Deze tank biedt meer dan voldoende perspectief voor de komende dagen. Bij de receptie van het verhuurbedrijf vertellen ze ons dat het de laatste vier weken veel geregend heeft en enkele onverharde wegen niet tot moeilijk begaanbaar zijn en daarom afgeraden worden om er te rijden! No worries, onze V8 Jeep komt overal doorheen denken we bij onszelf. Na enkele uren rijden, bezoeken we in de namiddag de Ellerie Creek en maken een wandeltocht door de Ormiston Gorge. Door de regen van afgelopen tijd is een deel van de wandelroute weggespoeld en gesloten. Eigenwijs als dat we zijn proberen we het tegen beter weten in toch. We hebben het geluk dat we vlak voor zonsondergang terugkeren! Omdat de bordjes niet meer aangegeven staan, maken we onze eigen tocht en moeten twee keer de rivier over te steken! Achteraf is het meer dan de moeite waard geweest deze wandeling te maken.

We kunnen de volgende ochtend starten met de Mereenie Loop Road. Dit onverharde stuk weg van 150 km wordt als heel mooi bestempeld. Wijzelf vonden het eerste stuk wat saai, maar door de regen kon het laatste stuk een expeditie genoemd worden. Het is toch een uitdaging om over ondergelopen wegen te rijden met een auto waarvan je weet dat je het zonder motorproblemen gaat halen. De camping waar we die avond gaan staan heeft twee uitzichten. Op de achtergrond, in de nevel gehuld, vangen we een glimp op van de Kings Canyon. Terwijl we voor onze camper, in de schemer bezoek krijgen van een groep dingo's. Deze 4-voeters lijken precies op honden, het enige verschil is dat het wolven zijn! Ze eten gelukkig geen vlees maar ze ruiken al het andere etenswaar wel! Een paar stenen bieden uitkomst.

Om de hitte voor te zijn besluiten we de wandeling door Kings Canyon de dag erna vroeg te beginnen. Het eerste stuk is zeer steil, maar boven aangekomen is dit meer dan de moeite waard. Met dit uitzicht lijkt het einde van de wereld in zicht!

Onze volgende plaats Uluru, oftewel Ayers Rock kent twee momenten per dag een toeristisch hoogtepunt. Iedere ochtend om 05.30 rijdt er een stoet heen, en iedere avond om 19.30 uur rijdt er een stoet auto's en bussen terug. En ja, de sunrise en de sunset van de Ayers rock zijn ook ons hoogtepunt. De rode verkleuring van deze berg is het heilig hart voor de Aboriginals. De wandeling van 10,6 km rondom deze berg is minder indrukwekkend omdat het eigenlijk met 45 graden te heet is. Verderop zien we het broertje van Ayers Rock liggen, Kata Tjuta oftewel de Olga's. Het is wederom indrukwekkend om deze berg van dichtbij te zien. Esmee haar digitale spiegelreflex maakt deze dagen dan ook overuren om de beste plaatjes te schieten bij ieder lichtmoment van de dag.

Het zou onverstandig zijn om over de Ernest Gilles Road terug te rijden naar Alice Springs vanwege de hevige regen van afgelopen tijd. Het is echter wel toegestaan. Dan doen wij het toch!! Op het moment dat we deze weg opdraaien moeten we stoppen. Het is al gelijk noodzakelijk om de 4WD aan te zetten omdat water en modder op de weg voor ons uit reiken. Deze onverharde expeditie van 100 km zien we dan ook als een etappe van Parijs Dakar! Geweldig!!

We staan daarna wel een uur in de wasstraat om de auto weer wit te krijgen voordat we hem terug brengen naar Britz. De avond bij terugkomst in Alice Springs spreken we af met een Duits stelletje (Sepp en Sibylle) om een Thais restaurant te bezoeken.

Wanneer we de volgende ochtend richting airport gaan, beseffen we ons bijna verlost te zijn van de duizenden vliegen. Deze beesten die constant in je oren, ogen, neus en mond proberen te kruipen komen namelijk alleen voor in de Outback. Daarbij beseffen we niet dat ons een nieuw avontuur te wachten staat wanneer we landen in Sydney. Het is het weekend voor het Mardy Grass festival en er zijn diverse concerten. Circa 1 miljoen toeristen arriveren dit weekend! Na 40 hostels en hotels gebeld te hebben voor een slaapplaats is het antwoord duidelijk. Sorry we're fully booked! Het informatiecentrum op het vliegveld bevestigd dit en weet nog een kamer voor ons in de wacht te slepen van $210,- voor 1 nacht. We kunnen voor zaterdag- en zondagavond alleen nog maar in het Hilton een kamer krijgen voor $800,- per nacht! Dit is natuurlijk geen optie en met enig geluk en een flinke boete weten we onze vlucht naar Nieuw Zeeland te vervroegen. Van de 3 dagen die we nog voor Sydney hadden blijft helaas nog precies 1 dag over voordat we verder gaan naar weer een nieuw land.....

Australie: on the road again

Inmiddels zijn we alweer vier maanden onderweg en kunnen we zeggen dat we al op de helft zijn. Wat gaat het allemaal snel zeg! Gelukkig hebben we nog een paar maanden te gaan. Voordat we vertrokken, hadden we ons enigszins voorbereid op een cultuurshock die we zeker te weten zouden gaan krijgen zodra we het vliegtuig in China uit zouden stappen. Na vier maanden Azië zijn we inmiddels zo gewend aan al het gebeuren op straat, dat we eigenlijk nergens meer van op kijken. Na deze vier maanden stappen we in het vliegtuig van Jakarta naar Sydney. 'Op naar een nieuw continent', zeggen we nog. En dan: BAMM, wat een cultuurshock om weer in een westers land te zijn! Hier hadden we ons dus NIET op voorbereid! Wat een rust, wat is er weinig verkeer op straat, wat een schone lucht, maar vooral: wat is het hier duur! We lopen op het vliegveld richting de taxibusjes die ons naar het centrum brengen en schrikken van de prijs. We willen bijna automatisch gaan afdingen maar beseffen net op tijd dat dit hier niet meer hoeft. Jammer want er mag best wat van die taxiprijs af! Ook ons hostel is stukken duurder als je het vergelijkt met de prijzen in Azië. Onze eerste dorm-overnachting wordt een feit! We vrezen samen te moeten slapen met een stel 17 jarige dronken tieners maar het geluk is aan onze kant als blijkt dat we de kamer delen met twee Nederlanders die niet snurkend of kotsend in de kamer liggen.

We besluiten onze eerste dag in Sydney niet veel meer te doen dan wat boodschappen voor de komende dagen. We gaan hier natuurlijk niet uit eten (veel te duur) maar koken zelf in de hostelkeuken en lekkere Hollandse maaltijd: gekookte aardappelen, sperziebonen en gehaktballen. Wat smaakt dat goed na maanden rijst en noodles! De volgende dag lopen we vanuit ons hostel de Royal Botanic Gardens in waar de kaketoes en de vliegende honden je letterlijk om de oren vliegen. Met een uitzicht op het Opera House en de Harbour Bridge nestelen we ons in de schaduw tegen een boom. Onze dag kan niet meer stuk. We houden nu al van deze stad! Gelukkig komen we half februari nog een paar dagen terug in Sydney. Na de lunch bij het Opera House lopen we door naar de schitterende wijk The Rocks waar een markt blijkt te zijn om vervolgens weer in de Royal Botanic Gardens te eindigen.

Op 18 januari reizen we richting het vliegveld maar dit keer niet om te vliegen. We gaan onze Hippie-van ophalen! In de afgelopen maanden hebben we gebruik gemaakt van alle denkbare vervoersmiddelen om van A naar B te komen. Alleen, wat wij in Nederland als dagelijks vervoersmiddel gebruiken, juist dat hebben we in die vier maanden niet gedaan: auto rijden! We hebben weer zin om lekker zelf rond te gaan toeren en kunnen dan ook niet wachten om in het campertje te stappen. Even lijkt het er nog op dat we de Hippie-van niet mee krijgen vanwege het daglimiet op onze creditcard. Gelukkig bieden onze pinpassen en een pinautomaat om de hoek uitkomst. En daar gaan we dan: on the road again, maar wel aan de linkerkant van de weg. Dat is natuurlijk even wennen want ook schakelen gebeurd nu precies andersom. We komen veilig Sydney uit en stappen na een paar uurtjes rijden in een totaal andere wereld. We zijn aangekomen in de Blue Mountains. Dit natuurpark staat bekend om zijn mooie uitzichten. De eucalyptus bomen die er volop staan scheiden een stofje uit waardoor de lucht wat blauwig kleurt. Onze camping bevindt zich vlak bij het uitzichtpunt Echo Point van waaruit je de Three Sisters kunt bewonderen. We maken de volgende dag een mooie wandeling door het natuurpark en nemen halverwege de scenic railway. Een hele aparte ervaring om met de steilste kabelbaan ter wereld in een hoek van 52 graden omhoog te gaan.

Onze route gaat verder richting de Hunter Valley; een gebied waar de bekende Australische wijnen vandaan komen. Daar moeten we zijn! We gaan langs verschillende wijnhuizen en kiezen na een uitgebreide wijnproeverij een heerlijke witte oaked Semillon uit 2005 uit. Helaas is deze wijn alleen maar hier te krijgen en is verschepen naar Nederland onbetaalbaar. We nemen 3 flessen mee, zodat we er toch nog even van kunnen genieten. De eerste trekt Sjoerd dan ook maar meteen open bij terugkomst op de camping!

Op de weg richting de kust stoppen we bij een koala ziekenhuis in Port Macquarie en zien hier voor het eerst deze schattige beestjes. Het zijn eigenlijk hele relaxte dieren die zich eerst volvreten met eucalyptus bladeren en daar vervolgens zo stoned van worden dat ze de rest van de dag zitten te slapen. We rijden nog een stukje verder door naar het noorden en crashen in Arakoon op de meest geweldige camping tot nu toe. Een staanplaats letterlijk aan de zee waar we vanuit onze stoeltjes van de zonsondergang kunnen genieten. Als er dan ook nog eens een stuk of acht kangoeroes voorbij komen huppelen worden we helemaal blij! We blijven hier nog een dagje langer en zwemmen wat voordat we verder rijden richting Byron Bay. Het surf-dude gehalte in deze plaats ligt er hoog. Je hoort er pas echt bij als je een board boven op je auto hebt liggen, en een blote bast met sixpack mogen daarbij natuurlijk niet ontbreken! Daarnaast viel ons al snel op dat de dames hier rond lopen met behoorlijke borsten; los in de kooi. Helaas zat een foto voor Ted er nog niet in.... Omdat wij geen van dit alles hebben voelen we ons een stel pannenkoeken en gaan maar gewoon zwemmen in de zee. Die is hier overigens wel erg mooi en de golven komen in de buurt van de voor ons bekende golven aan de westkust van Frankrijk. Ook zonder surfplank vermaken we ons dus goed.

Na een aantal dagen zon, zee en strand rijden we wat verder landinwaarts naar het Springbrook NP. De watervallen liggen hier voor het oprapen en we maken weer een mooie wandeling door de schitterende natuur. Uit ervaring weten we inmiddels dat de lonely planet echt niet altijd dé reisbijbel is en lang niet altijd even betrouwbaar is, maar dit keer klopt het als een bus. Je waant je in de natuur van dit Nationale Park écht in een Jurassic Park-achtige omgeving!

Onderweg naar onze camping spot Esmee de eerste wilde koala en omdat hij ook nog eens erg laag in de boom zit kunnen we hem goed bewonderen.Bij aankomst op onze camping lijkt het eerder alsof we in een trailerkamp aangekomen zijn. We besluiten toch gewoon te blijven en kijken met verbazing naar de stationcars die hier afgeladen vol staan en waarbij de eigenaar, inclusief katten gewoon bovenop de motorkap slaapt!

De volgende dag vertrekken we weer vroeg en rijden via de Glass House Mountains naar de Australia Zoo van, inmiddels overleden, Steve Irwin. Esmee is niet weg te slaan bij het kangoeroe verblijf terwijl Sjoerd de krokodillen show dan weer veel interessanter vindt.

Marten en Anne hebben ons de tip gegeven om vooral naar Noosa Heads te rijden en dus is onze volgende stop in dit dorpje. Het Nationale Park loopt hier door tot aan de kust en dit is inderdaad super om te zien. Ook hier zien we weer een koala en we moeten toegeven dat het elke keer weer bijzonder is om ze in de boom te zien hangen. Op onze camping in Noosa stikt het daarnaast van de kleurrijk, kwetterende papagaaien.

Onderweg naar Hervey Bay krijgt ons campertje kuren. De kilometerteller stopt ermee en dus weten we niet precies hoe hard we rijden. Als er dan ook nog eens allerlei lampjes op het dashboard gaan branden besluiten we toch maar even Hippie te gaan bellen. Het grappige is dat we gewoon door mogen rijden en dat er de volgende dag wel iemand zal komen kijken! We komen veilig aan in Hervey Bay en inderdaad de volgende dag wordt het probleem netjes verholpen. Nu maar hopen dat er geen snelheidsboetes gaan komen.... Op dit moment zitten we nog in Hervey Bay en gaan morgen een trip maken naar Fraser Island.

Familiebezoek op Bali

Inmiddels is iedereen alweer twee weken in het nieuwe jaar onderweg om aan zijn of haar goede voornemens te werken. Toch willen we jullie allemaal nog een gezond en gelukkig 2010 wensen!

17 december 2009 stond in het teken van de reünie met vader Ludo, moeder Toos en zusje Roseanne Otten. De delegatie komt twee weken vakantie vieren op Bali. De uren voordat we elkaar gingen zien waren een beetje spannend omdat het inmiddels alweer drie maanden geleden was dat we elkaar voor het laatst hebben gezien. De ouders van Sjoerd landden begin van de middag en de jetlag bleek groter dan ze vooraf hadden verwacht. Toen wij 's avonds in het hotel aankwamen was dit dan ook nog wel te zien aan de vermoeide gezichten! We hebben tijdens het avondeten gezellig bij gekletst en zijn niet al te laat gaan slapen. Voor Ludo had het tekort aan slaap, het zonnen bij het zwembad en de gisting van het Bali-Hai bier gezorgd voor wat vreemde stemmen in zijn hoofd de volgende ochtend. Toch zijn we deze ochtend begonnen met het bezoeken van enkele tempels. De familie Otten was gelijk van plan in de eerste, de beste taxi in te stappen en zonder problemen de hoofdprijs te betalen. Esmee houdt echter diverse taxi's aan en onderhandelt met als gevolg dat we pas een half uur later vertrekken, maar wel voor de helft van het geld! Na het verschil in klimaat was het onderhandelen de tweede cultuurshock. Het bezoek van de Tanah Lot tempel bleek een toeristische tegenvaller. Het plan is om drie dagen in Kuta te blijven. Het strand en de zee zijn de trekpleisters om te surfen en te relaxen. We genieten deze middag dan ook op het strand van alle matties die niet kunnen surfen maar als een baywatch-ster over het strand lopen. De volgende dag huren we drie scooters om op verkenning te gaan. Vader Ludo is even vergeten dat deze beestjes 100 km per uur rijden en herleeft zijn oude tijd op de Zundapp.

We rijden naar de Ulu Watu tempel die gelegen is op een cliff en beheerd wordt door een grote groep makacken. Er wordt geadviseerd om sieraden en glinsteringen zoveel mogelijk weg te stoppen omdat deze apen er dol op zijn. Dat blijkt, want in een mum van tijd grijpt een makaack de zonnebril op sterkte uit de hand van Ludo. Hij klimt de boom in en bijt de pootjes er ongecontroleerd vanaf, waardoor er een stukje vergrootglas overblijft!

Ubud is de tweede stad die we aandoen. Het is een gezellig plaatsje met veel artistieke winkeltjes en allerlei ambachten. Volgens de Lonely Planet zijn het bezoeken van de rijstvelden en het Balinese dansen hier meer dan de moeite waard. Om de rijstvelden te zien huren we vijf afgedankte fietsen maar na twee uur merken we dat je zonder versnellingen, in de hitte, de heuvels hier niet opkomt. Om het backpackers gevoel naar de familie nog meer over te brengen, gaan we tussen de middag bij de locals een hapje nasi goreng eten. De volgende ochtend maken we opnieuw een tochtje door de omgeving alleen dan op de scooter. Na drie uur rijden blijkt een regenbui onvermijdelijk. We schuilen eerst nog om wat te eten en blijken al snel een toeristische attractie voor iedere dorpeling te zijn. Een tropische bui in het regenseizoen kan hier variëren van 10 minuten tot een halve dag. Daarom besluiten we het erop te wagen en komen (verkeerd gegokt) volledig doorweekt thuis. Omdat we een financiële meevaller hebben tijdens het boeken van de boot naar de Gili's staat in Ubud het wildwater raften de volgende dag op het programma. Toos schijt in de bus op de heenweg eerst nog zeven kleuren stront. Eenmaal in de boot vindt ook zij het één groot avontuur.

Op 24 december varen we naar de Gili's om voor het eerst kerstmis op een bountystrand te vieren. Het voelt een beetje vreemd aan. Zowel 1e als 2e kerstdag eten we als ontbijt, lunch en diner alleen maar rijst en mie.... Dat je dan ook nog de mogelijkheid hebt om vóór je huisje de zee in te springen en dan tropische vissen en zeeschildpadden tegenkomt maakt het helemaal verwarrend en bijzonder. Wanneer we vijf kerstmutsen weten te regelen komt er enigszins een kerstgevoel.

Toch zijn we van mening kerst volgend jaar weer heerlijk in Nederland te vieren met een mooi stukje vlees en een goede rode wijn.

Voor de twee uur durende taxi-rit met vijf personen naar de volgende plaats Tirta Gangga betalen we slecht 8 euro. Toos en Ludo vinden het zielig om te zien hoe Sjoerd de taxichauffeur het vel over de oren trekt door af te dingen tot een te scherpe prijs. De volgende ochtend staat er in Tirta Gangga een rijstveld-trekking op het programma. Onze gids laat ons kennismaken met diverse tropische fruitsoorten en met een aantal dorpelingen in de rimboe. Bij sommige mensen zien we dat er nog echte armoede is, omdat ze daadwerkelijk tussen de varkens op een houten matje slapen. De uitzichten over de verschillende rijstterrassen zijn zo groen dat het bijna een gefotoshopte foto is waar we naar kijken.

Als laatste plaats in Bali doen we Lovina aan om er het jaar af te sluiten en 2010 te beginnen.Roos en Esmee kunnen hun geluk niet op als blijkt dat ze hier echte Hollandse oliebollen hebben! Op oudejaarsavond eten we in een gezellig restaurantje en om 23.00 uur staan we paraat op het strand, te wachten wat voor spetterend vuurwerk Bali heeft. Al snel komen we er achter dat Indonesië niet echt veiligheidsvoorschriften kent met vuurwerk. Alle vuurpijlen, knallers en Romeinse kaarsen gaan binnen luttele seconden af wanneer ze aangestoken worden door de locals. Dit zorgt dan ook voor grappige taferelen.

Verder staat Lovina bekend als goede mogelijkheid om dolfijnen op zee te zien. We boeken voor 1 januari om 06.00 uur ‘s ochtends een dolfijnen tour. Door het tijdsverschil van 7 uur is het onwerkelijk om te beseffen dat iedereen in Nederland de champagneflessen langzaam tevoorschijn haalt en nog aan het genieten is van de appelbeignets (wat missen we die Corina!). Om 07.00 uur in de ochtend varen we tussen honderden dolfijnen. Dit ultieme moment is een mooie afsluiting voor Toos, Ludo en Roseanne en tevens geweldig om het nieuwe jaar mee te beginnen.

Er is een tijd van komen en gaan. Na twee hele mooie weken op Bali nemen we op vrijdagmiddag 1 januari om 13.00 uur helaas alweer afscheid van de ouders van Sjoerd en van Roos. Bedankt voor jullie komst!!!

De eerste uren na het vertrek heeft Esmee het moeilijk. De gedachten dat het toch wel leuk zou zijn om een aantal dagen te bivaceren in de Nederlandse sneeuw en de twee gezellige weken met Toos, Ludo en Roseanne geven stof tot nadenken na al bijna 4 maanden in Azië rond getrokken te hebben. Het is een feit dat Esmee haar eerste echte dip heeft....

Dezelfde middag reizen wij door naar ons laatste eiland Java waar we in twee weken nog een aantal dingen op het programma hebben staan. Namelijk een bezoek aan het Ijen plateau, de Bromo vulkaan en het bezoek van de tempels Borobodur en Prambanan in Yogjakarta. Om te beginnen bivakkeren we in Sempol om de volgende ochtend om 05.00 uur opgehaald te worden om naar het Ijen plateau te gaan. In deze niet actieve vulkaan zijn dagelijks zwaveldragers bezig met een onbegonnen missie voor een paar stuivers. Ze dragen uit de krater 70 kg zwavel omhoog naar de steile en rotsachtige top. Vervolgens lopen ze hiermee 3 km steil omlaag over een zandpad.

De dragers beginnen om 03.00 uur in de ochtend om maar zo min mogelijk hinder van de zon te hebben. Sjoerd heeft geprobeerd om de mandjes met 70 kg op te tillen, maar het was gewoonweg niet te doen! Deze onmenselijke, fysieke arbeid in de giftige zwavellucht kan niet goed zijn. Het is hartverscheurend om te bedenken dat dit vroeg of laat zijn tol gaat eisen voor de arbeiders, die dit doen om simpelweg alleen hun vrouw en kinderen te willen onderhouden. Ondanks de indrukwekkende beelden op ons netvlies kunnen we nog enkele spaarzame momenten genieten van de mooie kleuren in de uitgewerkte vulkaan.

De meer bekende Bromo vulkaan staat een aantal dagen later op de planning. Deze actieve vulkaan ligt op 2400 meter. Een omslag in temperatuur van 35 naar 6 graden is groot, maar wel weer eens even heel aangenaam. Omdat we in het regenseizoen zitten is de kans aannemelijk dat het bewolkt is en vanuit het uitzichtpunt niks te zien valt. We besluiten op een droog moment, om 13.00 uur in de middag, de gok te wagen en omhoog te lopen naar de Bromo. We hadden geluk dat het niet regende en de bewolking niet bleef hangen. De grote pluim rook die uit de borrelende krater omhoog komt is heel bijzonder om te zien.

De Borobodur op Java is, op de Angkor Wat in Cambodja na, de meest bezochte tempel in Azië. Omdat we hier langskomen mogen we dit natuurlijk niet missen. Esmee bedenkt zich hoe we de toeristenmassa kunnen ontwijken en we besluiten dan voor de zoveelste keer in 10 dagen wéér om 04.00 uur op te staan om zo, als een van de eerste op de Borobodur te staan met zonsopkomst. Het wordt ons al snel duidelijk waarom deze Boedistische tempels zo'n trekpleister is. WAUW!!

Door de aardbeving in 2006 heeft de Borobodur niets te leiden gehad. Daarentegen is de Hindoe tempel de Prambanan destijds zwaar getroffen en we hadden het geluk dat deze 2 weken geleden, na een lange restauratie, weer open is gegaan. Het kleurverschil in cement geeft het trieste beeld van de grote schade die destijds ontstaan is. Maar hij mag er weer zijn! Overigens dachten de meeste Aziaten hier anders over. Wij blijken een grotere attractie te zijn dan de tempel. De ene na de andere foto wordt van ons genomen en de aanwezige schoolkinderen vragen ons de oren van het hoofd om hun engels te oefenen!

De laatste dagen in Yogjakarta brengen we weer gezellig door met Thijs en Patricia, onze vertrouwde mede-wereldreizigers. We scooteren wat door de omgeving maar genieten vooral samen van het overheerlijke eten, Bintang bier en de lekkere cocktails!

Na bijna 4 maanden in Azië te hebben rondgetrokken komen we tot de conclusie dat het een heel mooi werelddeel is met veel lieve en hardwerkende mensen. Ook al hebben we bijna dagelijks rijst gegeten en moesten we voor iedere fles water onderhandelen. Ook al is de overal aanwezige, smerige geur van de durian vrucht niet te ontwijken. We hebben een geweldige tijd gehad in Azië en hebben ontzettend genoten van alle mooie natuur en interessante cultuur. Samen hebben we het nog vaak over die imposante Chinese muur, de easy rider trip in Vietnam, het duiken in Sipadan, de wilde olifanten of de Ijen krater hier op Java. Laat staan alle andere geweldige momenten! Ondanks dat hebben we samen heel veel zin om 15 januari vanaf Jakarta naar Sydney te vliegen richting een nieuw Westers avontuur!

Sumatra

Sinterklaas is ons niet vergeten! Op 5 december vond Sjoerd in zijn schoen een gedicht, en ook via de email heeft de goedheiligman ons weten te bereiken! Nu we in het buitenland zijn en aan niet-Nederlanders het Sinterklaasfeest in het Engels uitleggen voelt dit allemaal erg vreemd. Want ja, laten we eerlijk zijn: 'Santa Claus with his black employees' klinkt toch best raar.... Maar goed, wij waren in Maleisië blij met onze gedichten.

In de hoofdstad van Maleisisch Borneo; Kota Kinabalu hebben we eigenlijk niet veel bijzonders gedaan. Ja lekker gegeten, dat hebben we er volop! De avondmarkt waar elke avond verse vis op de barbecue gelegd wordt, is echt een walhalla om je buik rond te eten! In ons hostel kwamen we Jim weer tegen, een Amerikaan die we al eerder ontmoet hadden tijdens het duiken. Hij bleek een goede sushitent te kennen in Kota Kinabalu. Dit lieten we ons geen twee keer zeggen, en we zijn dan ook gezellig met z'n drieën aan de sushi gegaan. Lekker!

Op 8 december stonden er twee vluchten op het programma. De eerste 's morgens erg vroeg van Kota Kinabalu naar Penang en de tweede 's avonds laat van Penang naar Sumatra in Indonesië. We hadden de hele dag in Penang de tijd en hebben daarom die dag een scooter gehuurd en het eiland rond geblazen. 's Avonds laat kwamen we in Medan (Sumatra) aan en kwamen er al meteen achter dat dit echt de meest vreselijke stad is die er op aarde bestaat. We besloten dan ook om de volgende ochtend gelijk en bus te nemen richting de jungle. De meeste toeristen trekken richting Bukit Lawang, waar de orang utans zitten. Omdat wij deze al gezien hebben in Borneo besluiten we naar het nauwelijks toeristische Tangkahan te reizen. Het gevolg was een 5 uur durende busrit met een verroeste, half uit elkaar gevallen bus, waarvan 3 uur al stuiterend op onverharde wegen. Daarna waren we er nog niet. We moesten nog 45 minuten achter op de scooter met onze bagage in de stomende regen. Je moet er wat voor over hebben zegt men.... Onze nature lodge was dan ook schitterend gelegen in het Gunung Leuser NP, naast een rivier en vlak bij een olifanten opvang centrum. Op ons programma stond een dagje tuben op de rivier en een dag naar de olifanten. De overige tijd hebben we zeer nuttig gebruikt om te relaxen en te genieten van het uitzicht vanuit de hangmat op onze veranda! Wat een rust; zeker omdat we de enige gasten in de lodge waren.

Tijdens onze dag tuben zakten we met een binnenband van een vrachtwagen de rivier af. Halverwege was een mooie waterval waar we de tijd hadden om te zwemmen. En ja hoor; onze gidsen Bandi en Suga hadden nog een mooie verassing voor ons in petto. Twee koude rakkers; gekoeld uit de rivier! En aangezien Esmee sinds deze reis ook aan het bier is, ging dat er wel in!

De volgende ochtend stonden er twee olifanten aan de rivieroever op ons te wachten. De tocht van twee uur midden door de rimboe was op z'n zachtst gezegd nogal hobbelig. Het is bijzonder om te zien hoe deze enorme beesten met twee vingers in de neus door de jungle heen lopen. We eindigen bij het opvang centrum zelf. Hier horen we dat de 10 olifanten die hier verblijven maar twee keer in de week toeristen ‘vermaken' en dat ze twee keer daags gewassen worden in de rivier. De olifanten zien er dan ook erg gezond en rustig uit. Een goed teken vinden wij. Gelukkig wordt er niet overal in dollars gedacht! Om de olifanten te belonen voor hun geleverde arbeid gaan wij ze nog wassen in de rivier. Je ziet duidelijk dat wij niet de enigen zijn die hier van genieten!

De laatste drie dagen van ons verblijf op Sumatra hebben we doorgebracht aan het Toba meer. Dit enorme meer is ontstaan na een vulkaanuitbarsting ongeveer 50.000 jaar geleden. Midden in het meer ligt een eiland; Samosir waar de Batakkers leven. Ook hier hebben we weer een scooter gehuurd om rond het eiland te rijden. De rijstvelden zijn hier, in vergelijking met Sapa, wel groen wat mooie plaatjes oplevert. Na een dagje scooteren komen we er achter dat Sumatra toch wel erg dicht bij de evenaar ligt. We waren ons vergeten in te smeren en omdat we inmiddels ook al een aardig bruin laagje hebben verwacht je het niet. Toch waren we aan het eind van de dag zo rood als een kreeft! Elke dag smeren met factor 16 dus!

Terug in Medan komen we er achter dat Air Asia met de vluchttijden van onze vluchten, de volgende dag naar Bali heeft geschoven. Omdat we geen rechtstreekse vlucht naar Bali hebben zou dit betekenen dat we de tweede vlucht missen. Om zeven uur 's avonds kloppen we aan bij een kantoortje van Air Asia op het vliegveld en ze weten ons zo goed te helpen dat we om 8 uur al in het vliegtuig zitten! We vliegen dus gewoon al een dag eerder dag gepland zodat we de tweede vlucht van Jakarta naar Bali gemakkelijk kunnen halen. En dat zonder extra kosten; wat een service!

Inmiddels reizen we samen met de ouders en het zusje van Sjoerd samen door Bali. De beloofde filmpjes laten toch wat langer op zich wachten vanwege het belabberde internet in Indonesië. Voor iedereen in Nederland alvast een fijne, witte kerst en een geweldig oud & nieuw!!!!!